De indicatoren van duurzame ontwikkeling voor 2026 blijven achter, net als het welzijn van de Belgen

De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's of Sustainable Development Goals) die België tegen 2030 moet verwezenlijken, staan er slecht voor. Vijf jaar voor de deadline schat het Federaal Planbureau dat ons land slechts een klein derde van zijn verbintenissen zal kunnen nakomen. 

De doelstellingen liggen achter op schema

Sinds 2015 volgt het Federaal Planbureau (FPB) de evolutie van 51 sleutelindicatoren voor ons land op. Ook dit jaar wijst het op de grote kloof tussen de ambities van België en het werkelijke traject: slechts 19 Duurzame Ontwikkelingsindicatoren vertonen een positieve trend.

De goede resultaten hebben betrekking op de domeinen levenslang leren, beschermde gebieden op zee en onderzoek en ontwikkeling. Zo vermeldt het rapport voor SDG 8 (waardig werk en economische groei) bijvoorbeeld een daling van het aantal jongeren dat niet naar school gaat en geen werk heeft of een opleiding volgt, alsook van het aantal arbeidsongevallen. 

Voor negen indicatoren is de evolutie onvoldoende duidelijk en kan er dus niet worden bepaald of ze in de gewenste richting gaan. 

Voor alle andere indicatoren staat het licht op rood. Deze indicatoren hebben betrekking op de vier pijlers van duurzame ontwikkeling.

  • De sociale pijler. De meeste niet-bereikte doelstellingen liggen op sociaal vlak. Zo worden er onvoldoende resultaten vastgesteld voor het risico op armoede of sociale uitsluiting (SDG 1), schooluitval (SDG 4), de loonkloof tussen vrouwen en mannen (SDG 5) of ontoereikende huisvesting (SDG 11). Sommige indicatoren gaan zelfs de verkeerde richting uit, zoals obesitas bij volwassenen (SDG 2) en onvoldoende leesvaardigheid (SDG 4).
  • De economische pijler. Vier van de zeven indicatoren van deze component evolueren ongunstig: personenvervoer per auto, goederenvervoer over de weg (SDG 9), energieproductiviteit (SDG 7) en overheidsschuld (SDG 17).
  • De governancepijler. Van de vijf indicatoren van deze pijler ontwikkelen de indicatoren die betrekking hebben op de perceptie van corruptie (SDG 16) en officiële ontwikkelingshulp (SDG 17) zich ongunstig.
  • De milieupijler. De 16 indicatoren van deze component krijgen daarentegen meer positieve dan negatieve beoordelingen. Onder de ongunstige ontwikkelingen kunnen we de blootstelling aan fijnstof (SDG 11), slachtoffers van natuurrampen en niet-ETS-broeikasgasemissies (SDG 13), duurzame visserij (SDG 14) en de populatie van veldvogels (SDG 15) noemen. 


Achteruitgang van het welzijn

Een ander verontrustend signaal uit het rapport: de algemene welzijnsindicator bereikte in 2024 het laagste niveau sinds 2005. Dit is te wijten aan een verslechtering van de lichamelijke en geestelijke gezondheid en aan een recente achteruitgang van de sociaaleconomische indicatoren, onder meer ernstige materiële ontbering. Het gaat bijvoorbeeld om tijdig betalingen kunnen doen, een onverwachte uitgave kunnen doen of de woning degelijk kunnen verwarmen.  

Evolutie van de middelen

Het rapport onderzoekt ook de evolutie van de middelen die nodig zijn om het welzijn van toekomstige generaties te garanderen. Het menselijk en sociaal kapitaal zijn het afgelopen decennium licht gestegen, terwijl het economisch kapitaal duidelijk toeneemt. Het milieukapitaal daarentegen, dat de natuurlijke hulpbronnen en alle levende soorten omvat, is in dertig jaar tijd met 21 % gedaald. De indicator van het subkapitaal Biodiversiteit is op zijn beurt met bijna 45 % gedaald.

 


Impact van België op de rest van de wereld

Tot slot evalueert het FPB in dit rapport voor het eerst de impact van ons land op het welzijn in de rest van de wereld aan de hand van tien indicatoren. Positief is dat ons land een gunstige invloed heeft op de toename van de werkgelegenheid en de inkomens. Anderzijds heeft België dan weer een negatieve invloed op de evolutie van het water- en grondstoffenverbruik en op de gezondheidsrisico's die verbonden zijn aan het gebruik van chemische stoffen.

Een niet-duurzaam model

Volgens het FPB is de conclusie duidelijk: de huidige ontwikkeling van België is niet duurzaam. Het huidige welzijn verslechtert, de milieubronnen voor toekomstige generaties nemen af en de impact van het land op de rest van de wereld blijft negatief.

“Zonder verdere inspanningen zal ons land bijna de helft van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen niet halen, vooral op sociaal vlak. Daarnaast blijkt uit ons onderzoek ook dat de huidige ontwikkeling van België niet houdbaar is om meerdere redenen: zo gaat niet alleen ons welzijn erop achteruit, maar heeft onze huidige manier van leven een negatieve impact op het welzijn van de toekomstige generaties en op dat van de rest van de wereld.” Patricia Delbaere, expert duurzame ontwikkeling bij het Federaal Planbureau


Meer informatie